Houten schuiten

Houten schuiten kwamen in vele maten voor. 

Helaas is hout vergankelijk waardoor er geen varende exemplaren meer zijn.

In Museum Broeker Veiling zijn een nog enkele exemplaren te zien.

De verdere, inmiddels verdwenen collectie, is een aantal jaren geleden gefotografeerd en gedocumenteerd. ©NV

Het werfboekje waar alle houten schuiten in werden beschreven.

Afkomstig van scheepswerf Bertus Potveer te Warmenhuizen.

Het Modderbakje

Het Modderbakje is een klein van eikenhout gemaakt vaartuig, met platte boeg en spiegel. Modderbakjes werden gebruikt om met behulp van een slikbeugel sloten uit te baggeren en daarmee de eilandjes op te hogen. Een prima bemesting van het land.  Tuinders vochten om de vruchtbare slik. Eeuwenlang was baggeren een beroep. Achternamen herinneren daar nog aan, namen als Slikker, Modder en  Modderman komen voor. Ook werd het modderbakje gebruikt voor werkzaamheden langs de waterkant, zoals het plaatsen van beschoeiing.

De maten in "Amsterdamse voet". Een voet is 283 millimeter, onderverdeeld in 11 duimen van 25,7 millimeter

Kloetschuitje

De Moel met zijn vrouw in hun houten schuitje. Anno 1935.

Links boven zien we een glimp van de lighallen bij de veiling te Warmenhuizen.

 

Met kloetschuitjes kon ook gezeild worden.

 

Oorspronkelijk met driehoekig zeil (torentuig) soms ook met spriet of emmer tuig. Men gebruikte één zwaartje, een zogenaamde "overhanger", die bij het door de wind gaan op de andere boord, aan de lage kant gehangen werd.

 

 

 

 

 

 

Het ontwerp van het schuitje is erg oud. In 1671 werd het al beschreven.

Zie de tekeningen hieronder.

Hieronder de tekening waarop ook details als roer, beslag en houtdikte.

Melkschuitje

Een melkschuitje is vrijwel hetzelfde als een kloetschuitje en werd gebruikt om de koeien te melken. Er stonden meestal niet meer dan twee melkbussen aan boord, samen met het eenpotige melkkrukje dat nodig was om te melken. 
De boer ging al kloetend naar om te melken in een schuitje dat gemakkelijk voer en toch groot genoeg was.

 

Pramen

Pramen waren er in verschillende soorten en maten. Betreffende de grootte had men het over een halve praam, een driekwart praam of een hele praam. Voor het baggeren of slikken werd de praam voorzien van schotten.

Veepraam

Een veepraam was nog iets breder zodat het vee, over dwars om en om in de praam konden staan. Aan de spanten zaten ringen om het vee vast te zetten. 

Foto boven: koeien overzetten naar het land van Taris.

Foto onder, het vee naar het land brengen in het Geestmerambacht.

Voor vee werd vaak een zogenaamde dubbelboordige praam gemaakt. Daar zaten dus twee lagen eikenhout op elkaar gepend en dat maakte de praam "dubbel" sterk. Bij enkel boordig is het wel gebeurd dat de praam bezweek met de koeien er in. (een oude praam met rotte korven)

De zijden waren dan van twee op elkaar gepende eiken delen. Bij de linkse schuit is dat goed zichtbaar.