Pakschuit "Onno"

In 1880 gebouwd.

In 1912 overgedragen aan J. Schrijver, Warmenhuizen (koopsom ƒl. 1.200,-). Draagvermogen 19,5 ton en uitgerust met liggende Rennes van 10 pk. 

Hier liggende in de Molenvaart te Wieringerwaard.

Deze motor-pakschuit is voorzien van een laad-tuig waarin ook een hulpzeil gevoerd kon worden.

Het zeil, een spriettuig, werd met losse broek gevaren.

 

De roef achter op het schip zal de machinekamer zijn geweest, om die reden is ook op het voordek een roef gemaakt als verblijf voor de schipper.

 

Pakschuiten werden oorspronkelijk gejaagd, geboomd of gezeild. 

 

Zakken met piepers werden met de giek/spriet aan boord gehesen, geklemd in de zakkentang.

 

In het schouwspel boven zien we verder dat de vracht met paard en wagen werd aangevoerd.

 

 

In dit schepenregister komt nog een Onno voor van dezelfde eigenaar. (in 1900)

Hoewel nergens staat beschreven dat dit hetzelfde schip (na een verbouwing is), lijkt het er sterk op. De kop van het schip is identiek. De golfbreker, boeisel, berghout, en huidgangen zijn exact even breed. 

Zie hier

 

De zakkentang klemt zichzelf goed vast.

 

 

 

De motor, een liggende Rennes, was slechts 10 pk. zal er pas later ingebouwd zijn.

 

Dat blijkt al uit het feit dat pas in 1891 een goedlopende gloeikop was uitgevonden.

 

Begin 1900 was dit de meestgebruikte motor in de binnenvaart.

De Rennes lag dwars in het schip (om een idee te krijgen)

 

 

Een zelfde soort motor werd in 1904 ook in `t Kofschip gebouwd, bij Stoel in Alkmaar.

Een vergelijkbaar laadtuig met sprietzeil, ook met houten luiken.

 

 

Aan de spriet is de "gaard" duidelijk zichtbaar. De gaard houdt de spriet/boom op zijn plaats en ontlast de mast. 

 

(denk aan het woord BOOMGAARD, in een boomgaard worden de bomen ook met touw vastgezet)