Deze prachtige houten Damschuit staat model voor alle schepen van dit type die in de loop der tijden bestaan hebben. In de kroniek van Schagen, rond 1600, werd al over Damschuiten gesproken, maar afbeeldingen zijn uiterst zeldzaam. Het is duidelijk dat deze foto niet een toevalstreffer is van de fotograaf maar in scene is gezet. 

In het boek Adieu Schipper wordt over het algemeen gesproken over tjalken.

Om misverstanden te voorkomen, een DAMSCHUIT is een tjalk.

De tjalken/damschuiten van Noord-Holland waren zogenaamde maatschepen, geschikt om door een dam of dijk te gaan, gemaakt naar de maten van doorgangen en sluizen.

Het woord Damschuit is verwant aan het nog oudere woord DAMLOPER. Volgens historische beschrijvingen zou een Damloper OVER de dam of dijk worden getrokken. Denk hierbij aan een overhaal. Echter van schepen, 20 ton groot, is nooit aangetoond dat deze over een overhaal gehaald werden. In ieder geval waren de overhaal in Alkmaar en Langedijk hierop niet berekend. Latere tjalken in ijzer en staal werden Langedijker-kof(tjalken) genoemd.

Zie de advertentie van scheepswerf Stoel & Zoon, onder deze tekst.

De maat van de Langedijker schepen werd bepaald door de sluis van de zes-wielen te Alkmaar en het in 1679 gebouwde sluisje van Broek op Langedijk.

Later kom ik hier nog uitgebreid op terug.

Deze advertentie is uit begin 1900. Rechtsonder staat een Motor-aak, met laadtuig. Dit is een Langedijker platkop-aakje. Dit type komt u later in dit register nog regelmatig tegen.